Welkom
Have an account? Log in or

HORECA: wat verandert er in 2018?

HORECA: wat verandert er in 2018?

Een nieuw jaar brengt ook steevast ook heel wat verandering met zich mee. Dat is dit jaar niet anders. Wat veranderde er op 1 januari 2018?

1.     Flexijobs voor gepensioneerden en leerkrachten

Op 29 december 2017 verscheen de fel besproken Programmawet eindelijk in het Belgisch Staatsblad. Die Programmawet breidde de flexijobs uit naar tal van andere sectoren, waaronder de kappers, de bakkers en de kleinhandel.

Dankzij Horeca Vlaanderen worden de flexijobs tegelijk ook uitgebreid naar de gepensioneerden. Ook wie op pensioen is, kan dus sinds 1 januari 2018 bijverdienen met een flexijob. Daarvoor wordt het pensioen gelijkgesteld met een periode van tewerkstelling. Meer nog, elk pensioen kom in aanmerking. Zelfs een pensioen ten laste van een buitenlandse overheid.

En de Programmawet lost ook een ander vervelend probleem met de flexijobs op. Leerkrachten die niet vast benoemd zijn, werken officieel niet tijdens de maanden juli en augustus. Voor de flexijobs werd deze periode ook niet gelijkgesteld. Niet vast benoemde Leerkrachten konden daardoor niet werken met een flexijob gedurende de maanden april, mei of juni. Ook dat probleem is nu van de baan: leerkrachten kunnen het ganse jaar door werken met een flexijob, ongeacht of ze vast benoemd zijn.

Wie gebruik maakt van flexijobs, moet die prestaties in principe registreren. Dat mag in de geregistreerde kassa of het alternatief systeem van aanwezigheidsregistratie, maar sinds 1 januari 2018 mag u die uren ook registreren in een ‘systeem van tijdsopvolging’ (prikklok).

2.     Lonen geïndexeerd

Op 1 januari 2018 stegen de lonen met 1.788 %. Deze indexering geldt zowel voor de sectorale minimumbarema’s als voor de lonen die u effectief betaalt. De nieuwe loonbarema’s vindt u onder meer in de laatste editie van Horeca Echo.

3.     Tax shift: Sociale lasten naar 25 %

Op 1 januari 2018 trad ook de tweede fase van de tax shift in werking, het plan van de regering om de lasten op arbeid te verlagen.

Op 1 april 2016 daalden de werkgeversbijdragen al van 32,40% naar 30%. Op 1 januari 2018 daalden ze verder naar 25 %. Tegelijk werd de structurele bijdragevermindering afgeschaft, waardoor de werkgeversbijdragen (niet spectaculair) dalen, maar wel een stuk transparanter zijn.

Ook uw werknemers zullen de tax shift voelen. De belastingvrije som – het gedeelte van de inkomsten waarop geen belastingen moet worden betaald – verhoogde op 1 januari 2018. Tegelijk verdween de belastingschijf van 30 %. Voortaan betaalt uw werknemer op deze schijf maar 25 % belastingen. Ook de forfaitaire kostenaftrek verhoogt.

4.     Minimale arbeidsduur

Het sectoraal sociaal akkoord wijzigde ook een en ander aan de deeltijdse arbeid. In de meeste sectoren moet het deeltijds personeel minstens 3 uur per dag en 12u40 per week werken. In onze sector waren er lagere minima van toepassing: minstens 2 uur per dag en 10 uur per week. Dankzij Horeca Vlaanderen blijven deze minima gelden, maar de procedure wijzigt wel. Maakt u gebruik van deze lagere minima, dan moet u dat sinds 1 januari 2018 melden aan het Paritair Comité. U moet daarvoor een standaardformulier gebruiken, dat u vindt op de website van Horeca Vlaanderen.

Het gaat louter om een melding, geen aanvraag! U ontvangt dus géén goed- of afkeuring. Pas wanneer later zou blijken dat u misbruik maakt van het systeem, kan u het verbod krijgen om deze regeling nog te toe te passen. In dat geval zullen uw deeltijdse werknemers dus minstens 3u per dag en 12u40 per week moeten werken.

5.     Reïntegratie langdurig zieken

U kon er ook al over lezen in vorige editie van Horeca Echo: heeft u een werknemer die langdurig ziek is, dan is het sinds 1 januari 2017 een stuk moeilijker om die te ontslaan. U moest bovendien eerst een zogenaamd re-integratietraject doorlopen.

Bovendien gold deze regeling enkel voor werknemers die niet langer dan 1 januari 2016 ziek waren. Voor wie langer afwezig was, gold de nieuwe regeling al helemaal niet. Enkel de werknemer kon in dat geval het re-integratietraject opstarten. Als werkgever kon u dus niks beginnen. Sinds 1 januari 2018 is de regeling van toepassing op alle langdurige zieken. U kan voortaan in alle gevallen een re-integratietraject opstarten, ook voor werknemers die al langer dan 1 januari 2016 afwezig zijn.

6.     Winstpremie

Op 1 januari 2018 trad ook de nieuwe winstpremie in werking. Geeft u uw werknemers een niet-recurrente resultaatsgebonden premie (loonbonus, cao 90), dan kan u voortaan ook gebruik maken van de winstpremie. Die werd ingevoerd door het zomerakkoord en is nog een stuk eenvoudiger dan de oude cao 90.

De premie is ook beperkt tot maximaal 30% van de totale brutoloonmassa, een stuk meer dus dan de oude bonusplannen.

7.     Verhoging bedragen loonbeslag

Het loon van uw werknemers is beschermd. Dat betekent dat daarop niet zomaar beslag kan worden gelegd of kan worden ingehouden. Afhankelijk van het loon, kan maar op een deel va beslag worden gelegd. Op 1 januari 2018 verhoogden de bedragen waarop loonbeslag kan worden gelegd.

Voorbeeld: het gaat hier om schalen. Verdient uw werknemer bijvoorbeeld 1.432 EUR, dan kan er maximum voor 102,20 EUR (16,40 + 36,60 + 49,20) beslag worden gelegd. Het gedeelte van het loon boven de 1.432 EUR kan volledig in beslag worden genomen.

Per kind ten laste worden de hoger vermelde grenzen telkens verhoogd met 68 EUR. Deze nieuwe grenzen gelden sinds 1 januari 2018, ook voor schulden die dateren van voor die datum.

Opgelet, deze beperking geldt niet voor onderhoudsgeld. Daarvoor kan het hele loon in beslag worden genomen.

8.     Sneller een ziekte-uitkering voor zelfstandigen

Bent u zelfstandige, dan heeft u voortaan al recht op een uitkering van het ziekenfonds na 2 weken ziekte.

In 2017 kreeg u als zelfstandige pas een ziekte-uitkering na een wachttijd van 28 dagen. Sinds 1 januari is de wachttijd gehalveerd en bedraagt hij nog maar 14 dagen.

9.     Student-zelfstandige

Sinds vorig jaar kunnen studenten makkelijker aan de slag als zelfstandige. Wilt u samen met uw studerende zoon of dochter een zaak openen, dan kunnen zij dat voortaan onder het nieuwe statuut van student-zelfstandige doen.

Verdient de student minder dan 6.648,13 EUR, dan betaalt hij geen sociale bijdragen.

Op de schijf van 6.648,13 EUR tot 13.296,25 EUR betaalden zij 20,5 of 21 % sociale bijdragen, afhankelijk of ze starter waren of niet. Sinds 1 januari 2018 betaalt elke student-zelfstandige 20,5 %, starter of niet.

Boven de 13.296,25 EUR gelden de gewone sociale bijdrage als een zelfstandige in hoofdberoep.

10.  Vennootschapsbelasting gewijzigd

Sinds 1 januari 2018 betaalt u nog maar 29 % vennootschapsbelasting in plaats van 33 %.

11.  Fietsvergoeding ook voor snelle elektrische fietsen

De fietsvergoeding voor werknemers wordt uitgebreid naar elektrische fietsen die tot 45 km/u kunnen halen. Wie een elektrische fiets gebruikt voor het woon-werkverkeer heeft voortaan dus ook recht op dezelfde vergoeding van 0,23 euro per kilometer, net zoals de werknemer die naar het werk komt met een gewone fiets. De vergoeding is fiscaal aftrekbaar vanaf aanslagjaar 2018 voor het inkomen van 2017.

12.  Overuren worden makkelijker

Dankzij Horeca Vlaanderen kan u uw personeel sinds 1 december 2015 tot 360 overuren per jaar laten presteren, zonder dat u daarop enige sociale of fiscale bijdrage verschuldigd bent. Wat u de werknemer betaalt, steekt deze integraal op zak, zonder belastingen.

Volgens de letter van de wet kon u van deze overuren enkel gebruik maken in geval van een ‘onvoorziene noodzaak’ of ‘buitengewone vermeerdering van werk’. Bovendien moest u voor deze overuren ook de toelating van de inspectie hebben. Minstens moesten de uren achteraf aan de inspectie worden gemeld.

In sommige gevallen weigerde de inspectie – achteraf – echter om de voordelige netto-overuren toe te passen, wat erg zware financiële gevolgen voor de werkgever kon hebben.

Ook deze situatie werd nu – dankzij Horeca Vlaanderen – rechtgetrokken. Heeft u een geregistreerde kassa? Dan kan u elke werknemer 360 overuren per jaar laten presteren zonder dat u daarvoor een motief moet hebben en zonder dat u daarvoor een toelating of een melding van de inspectie moet hebben. Vanzelfsprekend bent u op het overloon nog steeds geen enkele fiscale of sociale bijdrage verschuldigd. Voor wie geen witte kassa heeft, blijft de oude regeling van toepassing.

Let op! Het is nog niet duidelijk wanneer de Wet inhoudende diverse bepalingen inzake werk in het Belgisch Staatsblad zal verschijnen. Tot die tijd blijft de oude regeling dus gelden. Al heeft de inspectie de opdracht gekregen de (oude) wet mild toe te passen. Wanneer de wet eindelijk verschijnt, hoort u dat van Horeca Vlaanderen.

13.  Opzegtermijnen wijzigen

In het zomerakkoord werd ook beslist om de opzegtermijnen in het begin van de tewerkstelling aan te passen. Deze nieuwe opzegtermijnen moesten normaal gezien in werking treden op 1 januari 2018. De wet is echter nog niet verschenen in het Belgisch Staatsblad en dus nog niet van toepassing. Wanneer dat wel het geval is, brengt Horeca Vlaanderen u op de hoogte.

14.  Lagere belasting op pc, laptop of telefoon voor werknemer

Stelt u uw werknemers een laptop, pc, tablet, en/of telefoon en de daarbij horende abonnementen ter beschikking en kunnen zij die ook privé gebruiken, dan betalen zij daarop belastingen (privé belastbaar voordeel).

Sinds 1 januari 2018 zijn die belastingen een stuk gedaald. Bovendien hanteren zowel RSZ als financiën voortaan dezelfde forfaits: 72 euro per jaar per toestel voor een pc of laptop, 36 euro voor een tablet, gsm of smartphone, 60 euro voor gratis internet en 48 euro voor een abonnement.

15.  Aanpassing voorlopige sociale bijdragen zelfstandigen

Sinds 1 januari 2018 betaalt u als zelfstandige ‘correctere’ voorlopige sociale bijdragen. Voorheen werden uw voorlopige sociale bijdragen namelijk berekend op het inkomen van drie jaar geleden (verhoogd met een vermeerderingscoëfficiënt). Bovendien waren er maar twee drempels voor de berekening van die bijdragen, waardoor u al snel te veel betaalde.

Al sinds 2015 worden de bijdragen berekend op de inkomsten van het lopende jaar.

Sinds 1 januari 2018 zijn er nu ook zes zogenaamde ‘bijdragedrempels’ (in plaats van twee), waardoor uw voorlopige bijdragen beter aansluiten bij uw effectieve inkomen. Schommelt uw inkomen, dan zullen ook uw voorlopige bijdragen snel volgen. Wilt u dit kwartaal al bijdragen betalen onder een lagere drempel, dan kan u daarvoor nu bij uw sociaal verzekeringsfonds een aanvraag indienen. U moet dan wel objectieve gegevens meedelen waaruit blijkt dat de verlaging van uw sociale bijdragen nodig is. Vervolgens kiest u één van de zes wettelijke drempels.

16.  Grensbedragen loonbonus geïndexeerd

Ook de grensbedragen voor de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen (loonbonus) werden op 1 januari 2018 geïndexeerd.

Sinds 1 januari 2018 mag u voor de RSZ per jaar per en werknemer maximaal 3.313 EUR aan loonbonus toekennen. Blijft u onder dit bedrag, dan betaalt de werknemer slechts 13,07 % sociale bijdragen. De werkgever betaalt 33 %.

Onder dit bedrag betaalt uw werknemer evenmin personenbelasting op de loonbonus. U dient in dat geval dus ook geen bedrijfsvoorheffing in te houden.

Comments are closed.